woensdag 25 mei 2016

“Waarom?” en nog een paar vragen tijdens Aramese conferentie in het Europees Parlement

Op woensdagmiddag 25 mei 2016 organiseerde de Aramese Beweging voor Mensenrechten (ABM) samen met de Werkgroep Interculturele Relaties en Interreligieuze Dialoog van de fractie van de Europese Volkspartij in het Europese Parlement een conferentie over de “Alarmerende situatie en vervolging van Aramese christenen”. Sprekers waren o.a. de Syrisch-Orthodoxe aartsbisschop van Mosoel, Mor Nicodemus Daoud Sharaf, de Syrisch-Orthodoxe pastoor Zuhri Khazaal uit Homs, Severiyos Aydin van de Aramese hulporganisatie Aramaic Relief, genocide-deskundige Anthonie Holslag en onderzoeksjournalist Arnold Karskens. De voorzitter van de Wereldraad van Arameeërs, Johny Messo, stond ook op het programma, maar moest zijn spreektijd afstaan aan de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders. Dit laatste omdat conferentievoorzitter en Europarlementariër Annie Schreijer-Pierik koning Willem Alexander die diezelfde middag een toespraak in het Europees Parlement hield voor de conferentie had uitgenodigd die daar zelf echter geen tijd voor had, maar vond dat 'zijn' minister van Buitenlandse Zaken wel moest gaan.


Het initiatief tot deze conferentie was precies één jaar, één maand en één dag eerder genomen door Annie Schreijer-Pierik en ABM-voorzitter Aziz Beth Aho tijdens de bijeenkomst in Almelo waar op 24 april 2015 herdacht werd dat100 jaar eerder de Armeense Genocide was begonnen. Deze genocide trof toen alleen Armeniërs maar ook honderduizenden Aramesche christenen en tijdens de herdenking vorig jaar in Almelo kwamen Schreijer-Pierik en Beth Aho tot de constateren dat die geschiedenis zich thans in dezelfde regio herhaalde en dat, net als honderd jaar geleden jaar, de wereldgemeenschap toekijkt zonder er iets aan te doen. Het idee om dit door middel van een gezamenlijk te organiseren conferentie in het Europees Parlement aan de orde te stellen was snel geboren en zou aanvankelijk op 5 april jl. hebben plaatsgevonden, maar vanwege de aanslagen in Brussel op 22 maart in de onmiddellijke omgeving van het Europees Parlement en de vèrgaande veiligheidsmaatregelen die toen werden afgekondigd kon de conferentie toen geen doorgang vinden. Ze werd 50 dagen uitgesteld.



Na de openingswoorden door Annie Schreijer-Pierik waarin deze voorgeschiedenis werd beschreven, werd begonnen met een kort filmpje over de vernietiging van het religieus en cultureel erfgoed in Syrië en Irak door ISIS. De explosies in de als werelderfgoed verklaarde woestijnstad Palmyra, stukslaan van beelden die uit de verschillende Mesopotamische beschavingen dateerden en in het museum van Mosoel stonden opgesteld, de tot ruïnes omgevormde kerken in verschillende delen van Syrië en Irak en oproepen van gevluchte christenen en jezidi’s aan de wereldgemeenschap om hen veilig naar huis te laten terugkeren òf hen elders veilig op te vangen.


In zijn hieropvolgende inleiding stelde Aziz Beth Beth Aho dat hij als Arameeër is opgegroeid met verhalen van familieleden over dergelijke gruwelijkheden uit de genocide van 1915 en dat hij wat dat betreft vorig jaar bij de 100-jarige herdenking weinig nieuws hoorde. Wèl kwam hij toen tot de schokkende ontdekking dat die hele genocide niet in het verborgene had plaatsgevonden, maar dat de hele wereld ervan wist. Er stonden toen verslagen van in verschillende Europese en Amerikaanse kranten. Geen van de oorlogvoerende partijen had er echter belang bij om in te grijpen en deze gruwelijke massamoorden te stoppen. Het geopolitieke eigenbelang ging toen boven de humaniteit.

Dat was dan de Eerste Wereldoorlog, met de massamoord op christelijke minderheden in het Ottomaanse Rijk. Daarna kwam de Tweede Wereldoorlog met de massamoord op de joodse bevolking in Europa. Na die tweede massamoord zwoer de wereldgemeenschap, dat ze nooit meer een genocide of een holocaust zouden laten plaatsvinden. Mooie woorden, maar nu zich weer een genocide in het Midden-Oosten voltrekt staat de wereldgemeenschap er weer bij en kijkt ernaar. ABM krijgt dan vaak te horen: “Tsja, het is daar oorlog en bij oorlogen vallen nu eenmaal ook slachtoffers onder de burgerbevolking.” Maar wat het vertoonde filmpje volgens Beth Aho duidelijk maakt is dat het niet enkel om oorlogsslachtoffers gaat. Doelbewust wordt het Aramese cultuurgoed vernietigd, worden kerkelijke leiders ontvoerd, vrouwen die tot religieuze minderheden behoren tot seksslavin gereduceerd. Dat is geen bijkomstige schade van oorlogshandelingen. Dat is genocide: de poging om een bevolkingsgroep met haar hele culturele hebben en houden en alles wat eraan herinnert van de aardbodem te laten verdwijnen.

De culturele, religieuze en etnische diversiteit van het Midden-Oosten, zo betoogt Beth Aho, heeft deze regio tot de bakermat van onze, Oriëntaalse èn Europese, beschaving kunnen maken. Als die diversiteit verdwijnt is dat niet alleen een ramp voor de verschillende minderheden, maar ook voor het Midden-Oosten als geheel en ook voor Europa. Door een rigide Arabisch-islamitische monocultuur in het Midden-Oosten zal de polarisatie tussen de werelddelen verder toenemen. Culturele minderheden zorgen ervoor dat er begrip en respect kan bestaan voor andere culturen. Dat er bruggen geslagen kunnen worden tussen verschillende cultuurgebieden. Het is dus niet alleen op het medelijden van Europeanen met de Arameeërs in het Midden-Oosten waar ABM een beroep op doet: het gaat in haar ogen ook om het belang van Europa zelf en om de relatie tussen Europa en het Midden-Oosten.

Net als 100 jaar geleden verhinderen verkeerd begrepen geopolitieke belangen de Europese landen om een gruwelijke genocide te stoppen en de ontwikkeling van een gevaarlijk kruitvat te voorkomen. Bij de vredesbesprekingen over Syrië en Irak wordt door het Westen in de eerste plaats gekeken naar welke vrienden we wel aan tafel willen hebben en welke vijanden niet. Het voortrekken van Syrische oppositionele groepen en Westerse bondgenoten en het liever buiten de deur houden van de Syrische regering en Iran en het op afstand houden van de Russen brengt een oplossing echter niet dichterbij, aldus Beth Aho. Hij roept de aanwezige Europarlementariërs en andere toehoorders (er zitten bijna 100 mensen in de zaal, waaronder een tiental Europarlementariërs) op om dat spoor van (kortetermijn) Westerse belangenbehartiging in het Midden-Oosten te verlaten en met alle partijen om tafel te zitten die voor diversiteit in het Midden-Oosten kunnen zorgen.


Dat geldt dus ook explicitiet voor de culturele, etnische en religieuze minderheden in het Midden-Oosten, zoals de Arameeërs. Bijvoorbeeld door ook de Wereldraad van Arameeërs een stem te geven bij de vredesbesprekingen. En tot slot daagt Beth Aho de aanwezigen uit zichzelf de vraag te stellen welke bijdrage “onze” gedoodverfde bondgenoten als de huidige Turkse regering en Saoedi-Arabië eigenlijk aan de diversiteit en democratie in het Midden-Oosten leveren.

Honderd jaar geleden, zo besluit Beth Aho, zagen Europese landen het Midden-Oosten vooral als strijdtoneel voor de eigen geopolitieke belangen. Ze grepen niet in tegen een genocide en legden de basis voor het kruitvat dat op dit moment aan het exploderen is. Hij doet een klemmend beroep op de politieke leiders van vandaag om nu, honderd jaar later, niet die geopolitieke belangen voorrang te geven maar de humaniteit.


Vervolgens is het woord aan Mor Nicodemus Daoud Sharaf. Hij geeft aan dat zijn hele betoog zich eigenlijk het beste in één woord of vraag laat samenvatten: “waarom?”. Dat is de eigenlijk de enige vraag die de christenen in Syrië en Irak de afgelopen twee jaar nog rest: “Waarom overkomt ons dit?”. Bijna twee jaar geleden, op 6 juni 2014, stond ISIS op 300 meter afstand van de aarstbisschoppelijke woning in Mosoel en voelde Mor Nicodemus zich gedwongen om de stad te verlaten. Daarmee gaf hij een bisschoppelijke zetel op die bijna 2000 jaar onafgebroken was bekleed. Hij liet de kerken van Mosul in de steek, maar ook de bijna 2000 jaar oude archieven en bibliotheken en maakt zich weinig illussies van wat daarmee gebeurd is.

Waarom betalen de christenen in het Midden-Oosten de prijs voor een oorlog die zij niet wilden en die het Westen is begonnen dat hen nu zo in de steek laat? Waarom zijn de christenen in het Midden-Oosten doelwit in een oorlog tussen soennieten en sji’ieten waar zij part noch deel aan hebben? In het omdat zij een minderheid zijn? “Ooit waren Irak en Syrië ons land”, zo betoogt de aartsbisschop. “Ook als christenen waren we volledig staatsburger. Daarna werden we tot ‘minderheid’ in eigen land gereduceerd en nu zijn we vluchteling in eigen land.”

“Tot 2003 hadden we in Irak één gruwelijke dictator, Saddam Hoessein, en we zijn blij dat we van hem verlost zijn. Maar nu leiden we onder zo’n 50 gruwelijke dictators in Irak en niemand die zich daar druk over lijkt te maken. Waarom is het de afgelopen 12 jaar nog steeds niet gelukt om in Irak vrede en veiligheid te brengen? De inname van Mosoel door ISIS was een grootscheepse militaire operatie met de daarvoor noodzakelijke voorafgaande troepenconcentraties in de omgeving van Mosoel. Met haar satelieten en inlichtingendiensten moet het Westers bondgenootschap die voorbereidingen hebben gezien. Waarom hebben ze niet ingegrepen om de inname van Mosul te verhinderen? En als vluchtelingen uit het (Arabische) Mosoel zijn we ruimhartig opgevangen door de regering van de Koerdische Autonome Regio, maar waarom heeft nog niemand van de centrale regering in Bagdad zich de afgelopen twee jaar bij ons laten zien.”

De christenen in het Midden-Oosten zouden graag antwoorden op deze vragen willen hebben. Maar bovenal willen ze graag weer in vrede leven in hun eigen huizen in Syrië en Irak. Irak is inmiddels verdeeld onder soennieten, sji’ieten en Koerden. Is daar nog ergens ruimte voor die 2 tot 300.000 christenen die er van de 2 miljoen over zijn die het land in 2003 nog telde? Dáár zou het Westen, Europa voorop, zich sterk voor moeten maken. Dat christenen veilig in het Midden-Oosten kunnen blijven wonen. “Maar als het Westen daar geen boodschap aan heeft en liever de andere kant uitkijkt”, zo besluit de aartsbisschop, “vergeet dan ook je verhaal maar over democratisering van het Midden-Oosten.”


Vervolgens is het woord aan pastor Zuhri Khazaal uit Homs. Hij leefde en werkte met moslims en christenen en was in Homs vooral verantwoordelijk voor diverse jongerenactiviteiten. Door de Arabische Lente van 2011 veranderde alles. Het Syrische leger trok de oude historische binnenstad van Homs binnen waar ook pastor Khazaals kerk staat en zette daarmee de verhoudingen op scherp. Vanuit de kerk hielp pastor Khazaal diverse mensen, moslims en christenen, om zichzelf in veiligheid te brengen. Mensen zijn niet voorbereid op dit soort plotselinge oorlogssituaties en vooral jongeren lopen dan grote risico’s. Veel jongeren werden in die tijd door jihadistische groepen ontvoerd en tegen hoge losgeld-bedragen vrij gelaten. Het wrange is dat de bevolking daarmee de strijdgroepen aan financiële middelen hielp waarmee deze wapens konden kopen om hen later te lijf te gaan. Door zijn langjarige contacten met islamitische jongerenorganisatie wist pastor Khazaal via via in contact met de ontvoerders te komen en de vrijlating van veel ontvoerde jongeren te regelen.

In latere jaren werden grote groepen christenen uit de Aramese steden Sadad en Qarantain ontvoerd, waaronder de bekende pastor Jacques Mourad. Vanwege zijn ervaringen met ontvoerde jongeren in en rond Homs werd pastor Khazaal ook hier als bemiddelaar ingezet en wist zelfs met ISIS-vertegenwoordigers over vrijlating te onderhandelen. Pastor Khazaal snapt niet waarom Westerse diplomaten of anderen er na inmiddels meer dan drie jaar nog steeds niet in geslaagd zijn om in contact te komen met de twee in april 2013 ontvoerde bisschoppen van Aleppo.

Hoewel nog velen vast zitten, zijn het inmiddels niet meer de ontvoerders maar is het angst die de christenen in Syrië in haar greep heeft en feitelijk gegijzeld houdt. Mensen kunnen volgens het regeringsleger wel weer terug naar hun woningen in Homs, Sadad of Qarantain maar durven niet meer. En die gijzeling is niet op te heffen door bemiddeling met de gijzelnemer.


Het is die angst van de christelijke gemeenschap in Syrië waar de volgende spreker, Severiyos Aydin van de hulporganisatie Aramaic Relief, bij aansluit. Veel christelijke vluchtelingen durven niet meer naar huis omdat ze zich als specifiek doelwit van de terreurgroepen herkennen maar durven ook niet naar de grote officiële VN-vluchtelingenkampen waar ze per definitie in de minderheid zijn temidden van de grote groep islamitische vluchtelingen die vaak op zoek zijn naar de zondebok om het hen overkomen leed aan toe te schrijven. Er zijn verschillende voorbeelden bekend van christenen die in VN-kampen zijn gepest, fysiek zijn aangevallen of waarvan de vrouwen en dochters zijn verkracht.

In plaats van naar deze officiële VN-kampen te gaan doen christelijke vluchtelingen in Syrië en Irak zelf, maar ook in de omliggende landen, liever een beroep op particulieren en met name op de aanwezige kerken die hen zoveel mogelijk proberen op te vangen. Deze vluchtelingen en ook de aan hen geboden hulp valt echter buiten de officiële kaders en wordt dus niet structureel gefinancieerd door de VN of andere officiële hulporganisaties. Dat is de reden waarom Severiyos Aydin drie jaar geleden met een aantal anderen de hulporganisatie Aramaic Relief heeft opgezet die geld inzamelt voor de (christelijke) vluchtelingen in het Midden-Oosten die zich buiten het bereik van de officiële hulporganisaties bevinden.

Door zich niet in de VN-kampen aan te melden lopen christelijke vluchtelingen echter niet alleen de officiële hulpgelden mis, aldus Severiyos Aydin, maar vallen ze ook buiten de lijsten die door de VN worden opgesteld om (toch al beperkte aantallen) vluchtelingen uit Syrië en Irak naar Westerse landen te laten vertrekken. Ook het via illegale kanalen naar Europa vluchten is voor hen nog eens extra moeilijk omdat ze ook in die stroom een minderheid vormen en er verhalen bekend zijn van christelijke vluchtelingen die in de te krappe bootjes door hun in meerderheid islamitische medevluchtelingen overboord werden gezet. En als ze dan toch al in Europa aankomen wacht hen wederom het lot om in in meerderheid door moslims bewoonde asielzoekerscentra gepest of zelfs fysiek aangevallen te worden. Ook daar zijn verhalen van bekend.

Serveiyos Aydin maakt duidelijk dat de weigering van Europese en VN-instanties om onderscheid naar religieuze achtergronden te maken op papier heel goed verdedigbaar is, maar in een praktijk waarin door de te helpen groeperingen dat onderscheid wel gemaakt wordt, nadelig uitpakt voor religieuze minderheden. Daar zouden de Europese en VN-instanties zich meer rekenschap van moeten geven en het beleid ook op moeten aanpassen. Tot het zover is proberen Aramaic Relief en andere soortgelijke initiatieven het gat te vullen en het ook mogelijk te maken dat Aramese christenen in het Midden-Oosten kunnen blijven wonen.


Het programma is inmiddels flink aan het uitlopen waardoor de laatste sprekers hun bijdragen fors moeten inkorten. Genocide-deskundige Anthonie Holslag constateert dat bij politici altijd  een grote huiver om van ‘genocide’ te spreken. Ze hebben het dan liever over ‘grootschalig geweld’ of desnoods over ‘etnische zuivering’. De internationaal erkende definitie van ‘genocide’ stelt dat het om de intentiemoet gaan om niet alleen individuele mensenlevens maar ook een culturele(etnische of religieuze) indentiteit te vernietigen. De beelden in het door ABM-vertoonde filmpje over het moedwillig stukslaan van museumschatten en kerkgebouwen, het ontvoeren van bisschoppen en het als seksslavin verkopen van vrouwen (in de meeste culturen het symbool van de voortplanting van die cultuur) laten overtuigend zien dat volgens die definitie hier sprake is van genodice.

Dat het een genodice mag heten is al door diverse internationale instanties bevestigd en eigenlijk zou dit het strijdpunt ook niet meer mogen vormen. De reden dat veel politici er niet aan willen is omdat met het benoemen van iets als genocide onmiddellijk de internationaal-rechtelijke verplichting op tafel ligt er ook iets aan te doen. Dat zou de eigenlijke discussie moeten zijn: “wat doen we eraan?”. Maar die vraag ontloopt men liever door de al lang beantwoorde vraag “is het wel genocide?” steeds weer opnieuw op tafel te leggen. De internationale Responsibility to Protect biedt een heel arsenaal aan militaire en niet-militaire middelen om in te zetten om een genocide te stoppen en Holslag roept de wereldgemeenschap op om de discussie eindelijk eens te gaan voeren over die in te zetten middelen en niet bij die vraag weg te blijven lopen.


De laatste inhoudelijke bijdrage kwam van onderzoeksjournalist Arnold Karskens die de afgelopen jaren in een groot aantal oorlogsgebieden is geweest en vele malen in Syrië en Irak. Hij was daar vaak onder de indruk van talrijke standvastige christelijke leiders, zoals de aartsbisschop en pastor, die vanmiddag naar het Europees Parlement waren afgereisd, maar ook mensen als de Nederlandse pater Frans van der Lugt die Karskens vertelde dat hij enkel als laatste christen de stad Homs zou verlaten. Veel van deze gesprekspartners, waaronder Frans van der Lugt, hebben hun standvastigheid inmiddels met de dood moeten bekopen en Arnold Karskens is, tot zijn grote spijt, niet optimistisch gestemd over het realiteitsgehalte van waar zijn voor staan.

Hij voorspelt dat, bij ongewijzigd beleid, over een halve eeuw geen christenen meer in het Midden-Oosten over zijn. Als oorzaken ziet hij het desastreuze Westerse beleid ten aanzien van het Midden-Oosten van de afgelopen jaren maar ook tendenzen in de islamitische wereld die we in het Westen te weinig onder ogen willen zien. Ter wille van de tijd moet hij zijn aanbevelingen aan de Europese politiek kort en bondig formuleren: Geef financiële en politieke steun aan christenen in het Midden-Oosten door hen het overleven in deze regio in deze opzichten mogelijk te houden. En steun niet langer de politiek van Turkije en Saoedi-Arabië in het Midden-Oosten.

Ongevraagd geeft hij ook een advies aan de Aramese Beweging voor Mensenrechten, de Syrisch-Orthodoxe geestelijken en de andere Arameërs in de zaal: verwacht niet teveel van Europa. Uiteindelijk zal het beleid toch bepaald worden door geopolitieke afwegingen.


Het eerste deel van deze laatste aanbeveling wordt onmiddellijk bewaarheid door de bijdragen van minister Bert Koenders en de Poolse Europarlementariër Jan Olbrycht die samen met zijn Hongaarse collega György Hölvény het co-voorzitterschap  van de Werkgroep Interculturele Relaties en Interreligieuze Dialoog bekleedt. Koenders vertelde dat hij erg bezorgd is over de geschetste situatie in Mosul en Syrië en de aanbevelingen van de conferentie graag meeneemt naar de Internationale Syrië-groep waarbinnen Nederland en de meeste EU-lidstaten hun Syrië-beleid afstemmen. Olbrycht constateert dat de atmosfeer nogal veranderd is tussen de eerste bijeenkomst die een aantal jaren geleden in het Europees Parlement over de ontwikkelingen in Syrië werd georganiseerd en meer recente bijeenkomsten zoals ook deze. Hij verzekert de deelnemers dat de fractie haar best doet, maar dat er nu eenmaal grote politieke verdeeldheid binnen het Europees Parlement is en tussen de 28 EU-lidstaten.

Alsof deze weinig hoopgevende slotconclusies werden voorvoeld, begeeft het gezelschap zich vervolgens naar het monument voor de in 1915 in het Ottomaanse rijk begonnen genocide op circa 200.000 Arameeërs die in het Brusselse voorstad Jette staat.


Een kinderkoor van de plaatselijke Syrisch-Orthodoxe kerk zingt een aantal Aramese gebieden waarna kransen worden gelegd


door aartsbisschop Mor Nicodemus Daoud Sharaf namens de Syrisch-Orthodoxe kerk,


Sander Smit namens de fractie van de Europese Volkspartij,


het bestuur van de Aramese Beweging voor Mensenrechten


en de Wereldraad van Arameeërs.


Na een paar foto momenten … 


begeeft het gezelschap zich aansluitend naar de Syrisch-Orthodoxe kerk van Jette 


waar een korte kerkdienst plaatsvindt,


een maaltijd wordt gehouden (de de aartsbisschop bedienende jongeman is de Aramese profvoetballer Sanherib Malki die ooit bij Roda JC speelde)


en tot slot een heel goed bezochte bijeenkomst met de aartsbisschop plaatsvindt in de naast de kerkgelegenheid verenigingsruimte.


 Maar de meerderheid van het bestuur van de Aramese Beweging voor Mensenrechten zit dan al weer in de auto op weg naar Twente, waar het idee voor deze conferentie is ontstaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen